Dikke tranen biggelen over Esthers wangen. Hand in hand zit ze met haar man in de spreekkamer. “Ik weet het echt niet meer. Ik ben bang om fouten te maken, bang om iets verkeerds tegen mensen te zeggen, ik twijfel constant aan mezelf. Ik durf niks meer zelf te beslissen. Als ik in de stad een leuk jurkje zie, koop ik het niet maar vraag ik eerst mijn moeder wat ze ervan vindt. Daarna ga ik terug om het te kopen. En wat het ergste is: ik zit om niks te brullen op de bank”