Jicht

door Marieke
Hits: 1739

Op een natte, koude herfstdag zie ik Kees. Sinds een paar jaar heeft hij aanvallen van jicht. Zomaar ineens raakt een gewricht ontstoken. De plek zwelt op en wordt roodpaars. Het voelt warm en de helse pijn die steeds erger wordt, is amper te verdragen. De jicht bij Kees zit nu in zijn rechter grote teen maar het kan ook zijn rechter knie, pols of elleboog zijn.

Bij de meeste mensen met jicht wordt aanraking niet verdragen maar Kees wil juist over de pijnlijke plek wrijven. Typisch is ook dat de jicht bij hem enkel aan de rechterkant zit. En bovendien kan hij tijdens zo’n aanval door de enorme pijn geen rust vinden. Maar door al dat bewegen wordt zijn pijn wel erger. Daarom weet hij niet zo goed wat hij op dat moment het beste kan doen. Een warme kruik op de pijnplek wil nog wel eens helpen en hij kleedt zich extra warm aan.

Kees is een koukleum en heeft vooral last van jicht tijdens de herfst en de winter met nat en koud weer. In die periode heeft hij elke 2 maanden een aanval. Die wordt bestreden met ontstekingsremmers en zelfs met corticosteroïdenspuiten in het aangedane gewricht. Desondanks komt de jicht steeds terug. Hij is de ellende meer dan zat en wil nu iets aan de oorzaak doen. Ik vraag of er iets speciaals is gebeurd voordat de jicht ontstond. “Jee, dat is nu 2 jaar geleden. We hadden toen net de bouw van het huis van mijn zoon klaar. Dat was een gigantisch karwei dat een jaar heeft geduurd. Ik heb heel veel geklust en gesjouwd. God weet hoeveel stenen en zand ik heb versjouwd.” Kees is van beroep kraanmachinist en heeft daarnaast twee rechterhanden. Hij is altijd wel voor een klus te porren en vindt het heerlijk om flink te werken en niet teveel te hoeven nadenken.

Kees krijgt zijn middel en ik vraag hem de dag erna even te bellen. De pijn is dan al een stuk minder fel en hij heeft veel behoefte om te slapen. We besluiten af te wachten. Na 2 maanden zie ik hem terug. Hij heeft geen jichtaanval meer gehad en dat is sindsdien zo gebleven.

Formica rufa, rode bosmier

Deze mier is een ijverig beestje. Een echte graver en bouwer die niet van ophouden weet. Hij sjouwt vrachtjes die vele malen zwaarder zijn dan zijn eigen gewicht. In vooral naaldbossen zie je hun nest op een beschutte maar wel zonnige, warme plek: een zeer grote mierenhoop, gemaakt uit dennennaalden, houtsplinters en stukjes schors. Aan de vorm ervan kun je het weer voorspellen. Een platte, wat ronde vorm voorspelt mooi weer. Maar als de hoop puntig wordt, verwachten de mieren veel regen. Als mieren zich bedreigd voelen, kunnen ze met hun stevige kaken gemeen bijten. Ook kan de mier mierenzuur afscheiden met het achterlijf, dat echter geen angel bevat. Dat veroorzaakt pijn, roodheid, jeuk en branden. Vroeger staken jichtlijders hun been of arm in een mierenhoop om de pijn te verlichten.

Van de mier wordt een homeopathisch middel bereid dat heel goed werkt bij acute aanvallen van jicht, waarbij de pijn opvallend vaak aan de rechter kant van het lichaam zit en snel van plek wisselt. Het past bij kouwelijke, rusteloze mensen die klachten kunnen krijgen nadat ze teveel getild hebben. Ze voelen zich slechter in natte kou en bij beweging. Daarentegen voelen ze zich beter in de warmte en als ze over de pijnlijke plek wrijven.